eMoSHiT

Bereid je voor op veel woorden

en nog meer gevoelens

more

De Theunyncks, een beetje zoals de Pfaffs, maar dan zonder die villa in Brasschaat en met een kind dat niet Kenji heet

Sara Theunynck // woensdag, 18 juli 2018


Ik ben 33. Tien jaar het huis uit. Dus hoe komt het dan dat ik net de woorden uitsprak dat ik dat ‘efkes aan mijn mama moest vragen‘? HOE?

Verbouwen, lieve mensen, zo komt dat.

Wij zijn dermate hard aan het verbouwen dat wij tijdelijk uit ons huis moesten. Want mét een baby zonder een dak, dat is alleen maar voor de meest geschifte deelnemers aan verbouw-reality-programma’s een optie. (Geef toe, als in The Block een koppel met een baby in een tent in een ruwbouw zat, dan was dat het meest succesvolle programma op de Vlaamse tv geworden. Dat ze niemand ooit zo ver hebben gekregen. Sad.)

Maar dus, wij wonen nu een tijdje bij mijn ouders. Daar zijn voor-en nadelen aan. In ons geval écht wel heel veel voordelen. Ik moet mensen daar altijd van overtuigen, want iedereen kijkt alsof je net gezegd hebt dat je een levende slak in je onderbroek hebt gestopt: een mix van angst en afgrijzen, zou ik het noemen.

Maar bij ons valt dat dus (voorlopig, we zijn nog maar twee maanden ver) HEEL.GOED.MEE. (dag mama en papa! Niet verder lezen, ok?) (MOPJE)

Er zijn een aantal grote voordelen aan het wonen in een huis met je ouders (buiten het feit dat je geen appartement moet huren, geen huur moet betalen, geen stress moet hebben over verbouw-vertragingen, enzovoort, waardoor je aan levenskwaliteit en levensjaren al minstens 10 jaar wint. Dàt allemaal terzijde.)

  1. Je begint je vanzelf beter te gedragen dan je thuis doet. Je ruimt beter op, dus je woont in een opgeruimder huis. Je eet geen heel pak koeken, want er is sociale controle en op de een of andere manier hebben zij erin gedrild dat een heel pak koeken eten slecht is, dus kan je dat niet met een gerust hart doen met hen in de buurt.
  2. Er is een extra paar handen om te helpen met de baby. Want kruipende baby’s zijn sneller bij gevaar dan je denkt, zelfs als je gewoon kaas uit de koelkast wil pakken (mijn god). Serieus, ik snap waarom sommige gemeenschappen in groepsverband leven. Een baby hebben is way makkelijker met vier dan met twee. Er is soms gratis babysit, op vrijdag is onze zoon sowieso bij mijn ouders en moeten we hem gewoon NAAR BENEDEN brengen en ook huishoudelijke klusjes gaan een pak vlotter wanneer je iemand kan vragen om het kind vijf minuten in de gaten te houden of te entertainen.

    (baby on the move)
  3. Je vader die je zoon ’s avonds op het terras in bad doet en voorleest uit een plastieken boekje.
  4. Alle leuke dingen van vroeger zijn terug! Bijvoorbeeld: heel lang en hard aperitieven in het weekend (wij aperitieven met ons twee ook wel, maar minder hardcore dan mijn ouders). Tien soorten koeken en chocolade in huis hebben (als we met twee zijn, hebben we 1 soort koeken, 1 soort chocolade, 1 soort chips). Naar de bakker gaan in het weekend (niet voor mij, arme glutenvrije Sara, wel voor mijn lief, die nu wekelijks zijn koffiekoek naar keuze mag bestellen en die wordt door mijn papa tot op het bord aangeleverd —> LUXE).
  5. Gratis kranten en weekendkranten. Wij zijn aan het verbouwen, dus wij hebben geen geld voor luxueuze dingen als krantenabonnementen. Maar hier is een abonnement. Win. Win. Win.

Maar dat is niet wat jullie willen horen. Jullie willen de vuile, vieze nadelen, jullie willen the dirt, de menselijke vuilnis. Jullie vragen je af of wij ruzie maken, Pfaffs-style. Logisch.

En oké, er zijn al wel een paar akelige momentjes geweest, waarop ik blij was dat er geen camera’s ons volgden. En ja, er zijn af en toe ook wel een paar nadelen, een paar.

  1. Overal in het huis hangen foto’s die je confronteren met alle slechte kapselbeslissingen van heel je leven. Collages vol pukkelige puberkopjes, blubberend tienervet, alweer een ongepast kapsel (hoe lang het duurde voor ik geleerd heb welke haarstijlen wel of niet goed passen bij mijn type haar en hoofd, oh boy), een outfit die écht enkel een paar maanden in 2002 trendy was.
  2. Je bent, hoe je het ook draait of keert, een soort van verbindingspersoon tussen je man en je ouders. Hoe goed ze ook overeenkomen, hoe vlot het ook gaat (en dat gaat het echt, serieus, ik meen het): jij bent de persoon met alle info. Jij kent iedereen zijn slechte kantjes en jij bent de enige die met beide groeperingen al lang een huis hebt gedeeld. Dus jij ziet wie zich ergens niet goed bij voelt, nog voor het uitgesproken is (zoals het lief die het scherpe mesje of een mooi glaasje in de afwasmachine zet: dan wou ik dan wel weer dat wij de Pfaffs waren om de blik van mijn mama op camera vast te leggen). Jij weet wanneer iemand iets meent of gewoon ja zegt om beleefd te zijn. Ik ben de vrederechter, jongens.
  3. Je moet je schikken naar de regels van het huis. Dat betekent hier vooral dat je moet laten weten wanneer je mee-eet en dat je mee het menu moet maken, meer op voorhand dan je zelf zou doen. Dat is geen drama, maar ik ben nogal eigenwijs en een van de allerleukste dingen aan op mijn eigen wonen vond én vind ik nog altijd dat ik elke dag zelf mag kiezen wat ik eet en dat ik tien keer per dag van gedacht mag veranderen als mijn goesting mij dat ingeeft. Dat is nu niet. Hebben we beslist, dan hebben we beslist. Mijn mama is ook eigenwijs, trouwens, dus over het menu wordt nog wel eens gekibbeld.
  4. Je vindt je spullen niet terug. Want je ouders (hey papa!) ruimen graag op en ruimen op volgens een voor jou totaal onbegrijpelijke logica. Er zijn voor sommige spullen tien mogelijke plaatsen. Doen ze dat om hun verouderend brein fit te houden?
  5. Je baby krijgt ook chips. Want ja, er zijn vier mensen om voor de baby te zorgen, waarvan twee wiens prioriteit het is om tof te zijn en niet per se om een stabiel, gezond persoon op te voeden.
  6. Je moet ook sociaal zijn wanneer je geen zin hebt. Tegen je ouders uiteraard, maar ook tegen al het bezoek dat ze ontvangen. Je bent weer deel van het gezin en dat betekent dat je ook op een avond waarop je, zeg maar, voor tv cornflakes uit de zak zou eten uit pure vermoeide ellende, je nu voor een driegangenmenu aan tafel moet zitten en opgewekt en interessant moet converseren met de vrienden van je ouders.

Ik weet het dat tweede lijstje is langer nu, dan het eerste. En dat klopt niet.
Want serieus, jongens, wij zijn zo’n gelukzakken. Wij hebben lieve, leuke ouders die hun huis gratis openstellen én die ons én onze zoon graag zien. De verstopte spullen en de chips etende baby, moeten we er gewoon even bijnemen. Ca va wel.

Sara Theunynck

Over Sara Theunynck

Sara is een vrouw (shit) van 34. Ze moet er nog aan wennen dat ze nu volwassen is. Ze houdt veel van rare dierenmetaforen. Ze probeert zich minder te haasten en meer IN HET MOMENT te leven. Dat is supermoeilijk, maar wel al makkelijker dan vroeger. Ze koestert kleine overwinningen en probeert niet altijd boos op zichzelf te zijn wanneer DE dingen niet lukken. Ze heeft een zoon en kan daar maar moeilijk over zwijgen. Ja, sorry.

Eén reactie op “De Theunyncks, een beetje zoals de Pfaffs, maar dan zonder die villa in Brasschaat en met een kind dat niet Kenji heet

  1. Liese schreef:

    Oh en ben je niet weer helemaal mee met de soap die je vroeger met je ouders volgde?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.